Het Blauwe Boekje

Stijlgids voor de levensgenieter

Benoemen en benauwen

Op de site Benoemen en bouwen is gisteren een ‘pleidooi’ te lezen voor meer ‘tolerantie en respect’ in de Nederlandse maatschappij. Maar met hun intiatief schiet ‘De Groep’ haar doel mijlenver voorbij. De schrijvers van Het Blauwe Boekje kromden hun tenen bij het lezen van de frontale aanval tegen de goede omgangsvormen van een bende provinciale moraalridders.

Dat de verschillende ondertekenaars zonder uitzondering luisteren naar klinkende oud-Hollandsche achternamen als Brinkman, De Vries, De Haan, Klamer of Van der Kolk is geen toeval. “We wílden alleen witte mensen op de lijst,” zegt initiatiefnemer Terpstra gisteren ongegeneerd in NRC Handelsblad. De brief is een onverhulde poging tot rassenscheiding waar zelfs P. W. Botha in zijn graf van zal blozen. Naast de racistische kern van het initiatief, is de brief inhoudelijk en formeel een wangedrocht. Het is de vraag of de schrijvers met hun kromme en paternalistische taalgebruik geslaagd zouden zijn voor een cursus Nederlands voor Anderstaligen. De brief wemelt van gemeenplaatsen: “De dingen moeten natuurlijk helder benoemd worden; niemand moet z’n kop in het zand steken.” Het is ontwapenend dat de ‘witte elite’ denkt te kunnen weten wat moet en wat niet moet terwijl zij zelf duidelijk de weg kwijt lijkt te zijn.

“Als allochtone jongeren in de grote steden rotzooi trappen, wordt geroepen dat het ligt aan ‘de buitenlanders’ of aan ‘de islam’. Op hun beurt tonen sommige allochtone jongeren weinig respect voor ‘de Nederlanders’.” De Groep trapt hier in haar eigen val. Eén van de redenen van de verharding van de Nederlandse maatschappij is het volledig arbitraire gebruik van de termen ‘allochtoon’ en ‘autochtoon’. Het is een hokjesgeest die per definitie discriminerend werkt. Die hokjesgeest komt in een extremere vorm terug aan het einde van de brief: “Dit ideaal willen wij in 2008 uitdragen. Daar hebben we iedereen bij nodig: allochtonen en autochtonen; christenen, moslims, joden en humanisten; werknemers en werkgevers; politici en burgers.” Voor de Groep laat de maatschappij zich gelukkig overzichtelijk indelen in gelovigen en humanisten, werkenden en werkgevers en politici en burgers. Voor andersdenkenden, atheïsten, werklozen of renteniers is kennelijk geen plaats.

“Het is tijd dat wij terugkeren naar de wortels van de Nederlandse traditie en een nieuwe balans vinden tussen de waarden van toen en de waarden van nu,” schrijven de initiatiefnemers. Maar de balans tussen de waarden van ‘toen’ en die van nu ligt waarschijnlijk ergens bij de Tweede Wereldoorlog. Als we al weten wat die waarden zijn.

“Samen-leven kan alleen als we oog hebben voor elkaars opvattingen en gewoonten. (…) Als de scheiding tussen kerk en staat niet ter discussie staat.” Naast het feit dat de schrijvers moeite hebben met de spelling van het woord ‘samenleven’, zijn zij kennelijk zelf niet eens op de hoogte van de geldende regels. In tegenstelling tot de gangbare opvatting bestaat er in Nederland namelijk geen strikte scheiding tussen kerk en staat, een aberatie die onderdeel is van de heersende hypocrisie in de Nederlandse maatschappij.

Vers in het nieuwe jaar kunnen wij reeds een eerste Rode Kaart voor Onbeschoft Gedrag uitdelen. De media hebben het gisteren wisselend over ‘Prominenten en ‘BN’ers’. Ons inziens gaat het hier eerder om een groep Benauwde Blanke Burgers die met hun onbeschaafde initiatief een gevaarlijke bijdrage leveren aan een verdere polarisatie van de Nederlandse samenleving.

0

Pin It on Pinterest

Share This